Wil je weten hoe een les op de Academie eruit ziet? Zou je wel eens een les in spreekkunst willen volgen, gegeven door één van de vaste docenten? Lees dan dit verslag van Manjo. Hij  loopt een middag mee met een les van zijn collega Marjo en beschrijft wat hier allemaal gebeurt.

Impressie van een les op de Academie voor Spreekkunst


Vak: spraakvorming

Studiejaar: 3

Docent: Marjo van der Himst


De studenten hebben het boek 'Spraakvorming en dramatische kunst’ open voor zich liggen. Het is een verslag van de cursus voor toneelspelers en voordrachtkunstenaars, die Rudolf Steiner in 1924 heeft gehouden. De één heeft een Duitse uitgave, de ander een vertaling in het Engels. Boven het verslag van de vijfde dag van de cursus staat de titel: 'Het geheim van een meester in de kunst: hoe de vorm de stof absorbeert'.


Docent Marjo van der Himst vat de inhoud in het Nederlands samen. ‘Op deze dag geeft Rudolf Steiner het volgende voorbeeld. De Duitse dichter Goethe schreef zijn drama Ephigineia aanvankelijk in proza. Later herschreef hij het drama in een nieuwe versie en koos toen voor een metrische, poëtische vorm. In de muzikaliteit van de poëzie wist de dichter veel uit te drukken, wat hij met het proza alleen inhoudelijk kon verwoorden. Op die manier kon hij de inhoudelijke stof van de proza-versie op laten gaan in de poëtische vorm. De stof werd als het ware overwonnen door de vorm. Want de poëtische vorm drukte nu dezelfde gevoelens uit die in het oorspronkelijk proza inhoudelijk werden beschreven. Dit is het geheim van de kunst: dat de inhoud tot uitdrukking komt in kunstzinnige vormelementen zoals ritme, metrum, klank en beelden.'


'En deze vormelementen,' zo vervolgt Marjo, 'zijn precies die elementen die het kunstzinnige spreken vormgeven. Als je het spreken wilt scholen, is het minder gunstig om je te richten op de fysiologie en anatomie. Je kunt beter van de taal zelf uitgaan. Om  het spreken op een gezonde manier te ontwikkelen, is het beter de spraak zelf als uitgangspunt te nemen en niet de lichaamsorganen. Want enerzijds wordt de spraak wel voortgebracht met behulp van deze organen, die samen het spraakorganisme vormen. Maar anderzijds kun je de spraak ook zien als iets zelfstandigs, iets dat onafhankelijk van de menselijke organen bestaat. Je kunt je afvragen hoe de spraak als een zelfstandig, van de mens gescheiden organisme eruitziet.'


'Denk eens aan de klinkers, die hebben een logische, organische samenhang. Net zo goed als het lichaam van de mens. Je zegt immers: hoofd, hals, borst en benen en toch niet: hoofd, benen, borst, hals... Nee, je beschrijft de mens zo, dat het overeenkomt met zijn organisme. In het alledaagse spreken worden alle klinkers willekeurig door elkaar gebruikt. Wil je het spreken scholen dan oefen je een logische, natuurlijke volgorde van de klinkers, bijvoorbeeld:

A - E - I - O - OE 

Als je de klinkers in deze volgorde spreekt, dan merk je dat het een logische reeks is, dat het spraakorganisme begint bij de A, dan naar de E gaat enzovoort en eindigt bij de OE. Oefen je de klinkers in deze volgorde, dan werkt de spraak vormend terug op je spraakorganen.'


'En nu aan het werk!' De boeken worden gesloten en Marjo begeeft zich met de studenten naar een aangrenzende werkruimte waar geen tafels staan, slechts een paar stoelen en een bankje. 'Rek je maar eens een paar keer uit en klop jezelf wat los’. De studenten doen enkele motorische oefeningen zodat het bloed weer gaat stromen na de studie van zo-even. ‘Laat nu je adem gaan door een paar keer krachtig en toch ontspannen hè, hè te zeggen. Loop nu door elkaar heen en spreek voor jezelf deze spraakoefening met de repeterende klinkers A, E en I: 'Aber ich will nicht dir Aale geben'. Deze oefening van Rudolf Steiner sluit aan op wat we zonet gelezen hebben. De oefening is in het Duits, het gaat hier niet om de inhoud van de woorden maar om de volgorde van de klinkers.'


'Kom nu in een kring staan.' Iedereen spreekt de oefening een keer terwijl de anderen luisteren en hem dan gezamenlijk herhalen. Het valt op dat sommigen een adempauze nemen ergens in de oefening. Deze waarneming wordt benoemd en daardoor bewust gemaakt. Marjo vraagt de groep om de zin nog een paar keer te herhalen maar nu zonder adempauze. Na drie keer herhalen blijft het even stil om goed te voelen hoe deze in je lichaam naklinkt. 'Ik ben wat gezakt naar de borststreek' zegt de een. 'Ik voel een tinteling in mijn benen en armen' zegt de ander. 'Gebruik de medeklinkers om de klinkers te sturen, maar laat de klinkers niet te snel los want dan vallen ze.' Zo tastbaar en concreet wordt hier naar de letters gekeken alsof het toetsen van een piano zijn... Marjo sluit dit deel van de les af met het toelichten van de oefenopdracht voor de komende week.


Het laatste deel van de les wordt aan het spreken van gedichten gewijd. De vorige week zijn deze gedichten geoefend door de tekst uit te drukken in gebaren. De nieuwe opdracht is om deze gebaren nu hoorbaar te maken in je stem. Iedere student komt naar voren en spreekt zijn of haar gedicht. Marjo vraagt wat nu de volgende stap zou kunnen zijn. Voor iedere student wordt een nieuw werkpunt geformuleerd.  

Avond



Ach, m'n ziel is louter klanken


In dit uur van louter kleuren;


Klanken, die omhoge ranken


In een dolle tuin van geuren.



Paul van Ostaijen

Impressie_files/printversie.pdf
welkom.html
opleiding.html
lesprogramma.html
docenten.html
open_dagen.html
En_dan.html
contact.html
printversieImpressie_files/printversie%20impressie%20van%20een%20les.pdf
Impressie_files/printversie_1.pdf
Impressie_files/printversie_2.pdf
printversieImpressie_files/printversie%20impressie%20van%20een%20les_1.pdf
Impressie_files/printversie_3.pdf
terug naar lesprogrammalesprogramma.html