De studie spreekkunst bestaat uit een vierjarige beroepsopleiding in deeltijd. Het eerste jaar is een kennismaking om voor de deelnemers en docenten te kunnen beoordelen of de studie bij de student past. Na de hoofdfase van twee jaar volgt een afstudeerroute van één jaar, waarin de student een theoretisch en een kunstzinnig eindwerkstuk maakt.

Studieduur, studieprogramma en studiebelasting

De opleiding bestaat uit drie fasen: de propedeutische fase van één jaar, de hoofdfase van twee jaar en de afstudeerfase van één jaar, in totaal vier jaar. Ieder studiejaar is georganiseerd in vijf lesblokken van acht weken. Elk lesblok wordt afgesloten met een presentatie van de leerstof door de student. Regelmatig worden er persoonlijke evaluatiegesprekken gehouden. De lessen worden gegeven op dinsdag van 14.30 – 20.00 uur: 1,25 uur bewegingsvak, 2 uur spraak, 1,25 uur theoretische achtergronden. Daarnaast heeft iedere student eenmaal per week een individuele spraakles. Plaats en tijd in overleg.

Door het deeltijdkarakter van de opleiding moet veel studiewerk thuis worden gedaan. Van de student wordt een grote mate van zelfstandigheid verwacht. De studiebelasting bedraagt per jaar circa 680 uur; dat zijn 40 weken van gemiddeld 17 uur (colleges, individuele les, huiswerk en zelfstudieopdrachten, gemiddeld 1,5 uur per dag).


De vakken

Spraak

Werken met de basiselementen van de spraak zoals adem, stem, articulatie, ritme, gebaar en beeldspraak. Beleven van de kwaliteit van de spraakklanken, de gebaren en de diverse ritmen. Besef van het verschil tussen klinkers en medeklinkers en tussen metrum en ritme. Het bewustzijn van jezelf als sprekende persoon, hoe je de lichamelijke en geestelijke basis vormt voor het spreken, hoe je de spraak door bewuste ademsturing met de akoestische omgeving verbindt, hoe je met je stem verschillende kleuren en stemmingen hoorbaar maakt, hoe je met je woorden beelden kunt schilderen. Je maakt kennis met de spraakoefeningen van Rudolf Steiner die de basis vormen van deze spreekkunst, je ontmoet verschillende spreekstijlen en ontdekt veel mooie, krachtige gedichten.

Beweging

Werken met de motoriek van het lichaam als basis voor het spreken. Oefeningen die je lichamelijk in beweging brengen, geven ook vorm aan je innerlijk leven. Door verschillende bewegingsmethoden kom je tot deze beleving zoals de danskunst euritmie, de Bothmergymnastiek en de bewegingsoefeningen van toneelpedagoog Michael Tsjechov.

Literatuur

In deze lessen ontdek je de grote lijnen in de Nederlandse taal- en letterkunde, in de taalontwikkeling van het kind en in die van de gehele mensheid.

Menskunde

Algemene menskunde in relatie tot het spreken, de pedagogiek en de therapie.

Individuele begeleiding

Regelmatig een persoonlijk gesprek waarin je begeleid wordt wat betreft je persoonlijke ontwikkeling en je voortgang op het gebied van de opleiding.


De propedeutische fase

Motto: de student ontwikkelt een beeld van zichzelf als sprekende persoonlijkheid.

De propedeuse geldt als kennismaking met de scholingsweg van de spreekkunst. In de lessen wordt gewerkt aan het ontwikkelen van het eigen spreek- en luister- vermogen, het ontdekken van de aspecten vorm en beweging in de taal en aan kennis over de taalkundige en menskundige achtergrond van het spreken. Deze fase duurt één jaar. Na dit jaar kan de student antwoord geven op de vraag: kies je voor dit vak en en de antroposofische basis? De ervaring en het studieresultaat van de student in dit jaar maken het mogelijk te beoordelen of de opleiding voor deze student geschikt is en of de student in staat zal zijn de opleiding in de resterende drie jaar af te ronden. Aan het eind van de propedeuse krijgt de student een advies over het al dan niet vervolgen van de opleiding.


Jaarvakken (in aantal uren per week): spraak (3); bewegingsvakken: euritmie of gymnastiek (1,25); theoretische achtergronden: menskunde of taalkunde (1,25). In blok 4 wordt in plaats van spraak en bewegingsvakken 12 uur toneelles gegeven. Bijzondere zelfstudieopdracht: een interview met een persoon die in de pedagogie met de spreekkunst werkt.


De hoofdfase

Motto hoofdfase A: De student ontmoet de taal als een objectiviteit.

Motto hoofdfase B: De student wordt instrument voor het gesproken woord.

De hoofdfase geldt als verdiepingsfase en is gesplitst in twee studiejaren: hoofdfase A (2e studiejaar) en hoofdfase B (3e studiejaar). In de lessen wordt gewerkt aan het scholen van jezelf tot instrument voor het spreken, het leren spreken van verschillende spreekstijlen, vertellen, kleine toneelscènes, het geven en ontvangen van feedback, het ontdekken van je eigen werkstijl, menskunde, taalkunde en aan een kennismaking met de beroepspraktijk. Aan het eind van hoofdfase B wordt op basis van de studieresultaten in een gesprek vastgesteld of de student de afstudeerfase in kan gaan.


Jaarvakken (in aantal uren per week): spraak (3), bewegingsvakken: euritmie of gymnastiek (1,25); theoretische achtergronden: medische menskunde, pedagogie of taalkunde(1,25). In blok 4 wordt in plaats van spraak en bewegingsvakken 12 uur toneelles gegeven.

Bijzondere zelfstudieopdrachten: interview met een spraaktherapeut, referaat over de biografie van een dichter. Hospitaties/stages: peuterspeelzaal (5 uur), Vrijeschool (2x5 uur), instelling voor mensen met een beperking of therapeuticum (10 uur).


De afstudeerfase

Motto: De student kan met de spreekkunst professioneel aan de slag.

In het eerste deel van deze fase worden aan de spreekkunst gerelateerde vakken gegeven. Het tweede deel van dit jaar staat in het teken van de specialisatie op een afstudeerthema en van de kunstzinnige eindpresentatie. De student kiest in overleg met de studiebegeleider een afstudeerthema, gericht op verbreding of verdieping van een bepaald aspect van het beroepsveld. Hierover wordt een eindwerkstuk geschreven en een referaat gehouden. De studie wordt afgesloten met een kunstzinnige presentatie waarbij de spreekkunst centraal staat.


Jaarvakken (in aantal uren per week): spraak (3), euritmie of gymnastiek (1,25), praktijkvoorbereiding, begeleiding presentatie en performance (1,25).

Aan hem die de taal naar zijn inhoud vat,

Onthult de wereld zich

Als beeld.


Aan hem die de ziel van taal beluistert,

Ontsluit de wereld zich

Als wezen.


Aan hem die de geest van taal ervaart,

Schenkt de wereld

Wijsheidskracht.


Aan hem die de taal liefheeft,

Verleent zij

Haar eigen macht.


Daarom wil ik mijn hart en mijn verstand

Richten op geest en ziel

Van het woord;


En in de liefde tot hem

Mijzelf

Pas werkelijk vinden.




Rudolf Steiner

vertaling Paul Peter Vink

lesprogramma_files/printversie.pdf
welkom.html
opleiding.html
docenten.html
open_dagen.html
En_dan.html
contact.html
printversielesprogramma_files/printversie_1.pdf
lesprogramma_files/printversie_2.pdf
printversielesprogramma_files/printversie_3.pdf